Posts tonen met het label Reisverslagen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Reisverslagen. Alle posts tonen

zondag 2 maart 2014

Prachtig skiën in de Savoie

We maakten ons op voor lekker weekje skiën. Inmiddels was dat al weer ruim een maand geleden. De dames zouden thuisblijven door allerlei redenen. Niet iedereen bleek dat een week vol te kunnen houden...

De navigatie werd ingesteld op het Franse skidorp La Toussuire in de Savoie. Vanaf Lyon begint de reis pas serieuze kriebels te geven. Door het panorama-dak van Michel zijn leenbak ontvouwde zich voor ons het typische Chartreuse massief; de poort naar de Alpen. Even verder op rij je richting de statige Mont Blanc en heb je overal om je heen de ski-gebieden voor het uitkiezen. Samen met Michel was ik hier een paar jaar geleden al in de buurt, Saint-Jean-d'Arves. Inmiddels een paar ski-jaren verder hoopte ik dezelfde pistes, van het ruim 300 kilometer lange gebied Les Sybelles, een stuk soepeler af te komen.

Ook vanuit het skigebied Les Sybelles is de Mont Blanc duidelijk herkenbaar

Les Sybelles; ruim 300 kilometer skigenot

Les Aiguilles d'Arves. Met hun 3510 meter hoog het symbool van het skigebied Les Sybelles

De eerste paar dagen werden vooral gebruikt om zoveel mogelijk meters te verkennen rond de dorpen La Toussuire,  Le Corbier en Saint-Sorlin-d'Arves. Al deze gebieden kennen een grote keus aan fantastische pistes voor zowel de beginnende als wel de gemiddeld gevorderde skiër. De dorpen zijn verbonden via de L'Ouillon; een 2431 meter hoge, vlakke en winderige top die niets meer is dan een troosteloos doorschakelpunt. Snel door naar beneden! Met name Saint-Sorlin kent lange afdalingen vanaf Les Perrons (2620 m.), het letterlijke hoogtepunt van de week.

La Toussuire. Linksonderin ligt ons appartement rood omcirkeld. Klik op de foto voor een vergroting.

Het gebied Les Sybelles is dus niet een erg hoog gelegen gebied zoals La Plagne of Tignes. Ons verblijf in La Toussuire lag met 1750 meter wel relatief hoog. Qua hoeveelheid sneeuw hadden we niets te klagen. Bovenop de berg lag al een pak van 90 cm. en op de dag van aankomst kwam daar nog eens 20 cm. bij. Tel daarbij op dat het kwik de gehele week amper boven de 0 graden is gekropen. Het was de beste sneeuwconditie die wij ooit tijdens een skivakantie hadden meegemaakt. Door deze condities konden we lange dagen maken en voldaan pakten we traditioneel aan het einde van de middag een vin chaud op de top van de Marolay (2041 m.). Een beetje tipsy werden we daarna door de bully's van de piste geveegd. Het was geen enkel probleem dat het inmiddels schemerde en de liften lang gesloten waren, want ons appartment lag immers direct onderaan de piste. Een ongekende luxe en iets wat we ook nog niet eerder zo hadden uitgekozen.

Halverwege de week voegde nog een drietal enthousiastelingen zich toe aan ons gezelschap in het nu wel erg knus appartement. Rein, Jack en Karen pakken wat rust 's ochtends als wij met de Grand Truc (2209 m.) nog een andere top uit de buurt afdalen. Met Karen, de vriendin van Michel, had zich een vrouw gemengd in de door testosteron gedreven sfeer. Voorzichtig werden de slechte grappen ingeslikt, maar het Kronenbourg-infuus bleef onverminderd aangehangen 's avonds.

Jack liet zich de eerste dag niet onbetuigd. Bij het missen van de afslag naar Corbier duikt hij de tiefschnee in. Overtuigd dat we nog de piste zouden bereiken, belanden we echter op de parkeerplaats van een restaurant. Uitklikken en een biertje dan maar.

Corbier duikt op uit de wolken

De dag daarna volgde een toer van het laag gelegen Bottières helemaal naar het andere uiterste van het gebied; met 1100 meter is Saint-Colomban-des-Villards het dieptepunt van het gebied. Na veel paden af gegleden te zijn lunchen we daar tussen de dronken Slowaken. Niet echt een aanrader dus. Tijdens de terugweg naar La Toussuire werd het weer als maar slechter. De gevoelstemperatuur dipte richting de -20 graden en het zicht werd minimaal. De helft besloot huiswaarts en te keren en wij pakten nog wat afdalingen naar Corbier. Daar op een rode buckelpiste, brak Jack één van de bindingen van zijn zelf gefabriceerde ski's. Einde oefening en op één been weet hij nog bij een liftje te geraken voor een lift naar beneden.

Tour van Bottières naar Saint-Colomban-des-Villards

Het zicht was inmiddels zo slecht geworden dat Jaco en ik niet meer bovenlangs wilden, maar off-piste probeerde af te steken richting La Toussuire. Het beloofde een avontuurtje te worden tussen de bomen in de kniediepe sneeuw. Op een gegeven moment was een val onvermijdelijk waarbij mijn linkerski onder een dikke witte laag terecht kwam. Na vijf minuten zoeken konden we weer onze weg vervolgen. Helaas zonder het gewenste resultaat en we moesten alsnog bovenlangs. Daar was het niet eens mogelijk om de overkant van de piste te zien. Voorzichtig schoven we langs de paaltjes aan de bergkant naar beneden, om maar niet pardoes links van het randje te vallen. Met een sterk verhaal rijker kwamen we uiteindelijk verkleumd thuis aan.

Uitzicht van ons terras.

De allerlaatste dag was ook de meest fantastische dag. Een beter afscheid van Les Sybelles konden we ons niet wensen. De hele dag scheen de zon en bleef het rond de 0 graden, een lunch op ons eigen terras vol op het zonnige zuiden met een klein biertje, en Jack zette ons 's middags nog aan het werk met een paar technische oefeningen. De dag leek maar niet tot een einde te kunnen komen. Dat wordt een lang jaar afwachten.

Groeten uit Les Sybelles

GoPro videomateriaal volgt later.

donderdag 26 december 2013

Plus de pluie

... meer regen...

Al waren de voorspellingen in het weekend voor Kerst redelijk, de uitkomst was het niet. Zondag zou er nog geen millimeter vallen en maandag zou droog moeten worden. Op de heenrit kwamen de buien continue af en aan. Optimisch als we zijn zou boven Fontainebleau een opklaring aanwezig zijn. Wel dapper van Eva om juist in december voor het eerst met Martin mee te gaan Fontainebleau,

Niet dus! Even kijken in Gorge aux Chats, nat, kletsnat. Dat werd een middagje in de shopping mall en hotel hangen. Dit leverde wel een gloednieuwe crashpad op van Black Diamond, gekocht bij de Decathlon. De Impact is een kleinere en lichtere crashpad dan die we al hebben van Chillaz. Altijd handig als je met meer boulderaars op pad bent en in verschillende projecten werkt. Of noem het een emo-aankoop...

Crashpad model Impact van Black Diamond

 Maandag zou de bouldercrush plaats vinden. Maar als we na het ontbijt een voet buiten het hotel zetten begint het spontaan te regenen. 's Ochtends slenteren we in de lichte regen langs Rocher aux Sabots, 91.1, Cul de Chien en Mont Pivot op zoek naar droge rotsen. Helaas kan ik mijn gloednieuwe GoPro alleen maar inzetten voor wandelingen door het bos. Op een groepje maffe Britten na lijken we de enige boulderaars in het bos.

Aan het begin van de middag was het droog en ontspon de onvermijdelijke discussie. Wat gaan we doen? Wachten tot de rotsen droog worden of nu al naar huis? Genadeloos legde het videoverslag alles vast... We besluiten een poging te wagen in het sneldrogende gebied Canche aux Merciers. Daar waar we afgelopen november ook vlot na een regenbui konden klimmen. De rotsen van Fontainebleau zijn van zacht zandsteen en extra kwetsbaar na een regenbui. Van alle problemen in het gebied waren slechts een paar droog genoeg om verantwoord te kunnen klimmen. Veel meer dan een paar eenvoudige boulders was niet beschikbaar. Desondanks, Eva topt haar eerste boulder in Fontainebleau!

's Middags blijf het droog en vlak voor de schemering besluiten Martin en ik nog een blik te wagen bij Franchard Isatis. Op de meestal overvolle parkeerplaats bivakkeren slechts twee auto's. Gewapend met een bouwlamp lopen we naar Le Surplomb Statique, 6a+; droog! Ondertussen was het pikkedonker en waren we alleen in het bos. Na wat campussen en het beter gooi- en smijtwerk staat Martin uiteindelijk bovenop. Als we weer op de parkeerplaats staan vlucht een troep wilde zwijnen de veilige duister in van het bos.

Op de dag voor Kerst plensde het ongenadig hard, zoals al de hele nacht voorafgaand. We springen in de bolide en vier uur later hangen we in de heerlijk droge boulders van Monk Eindhoven. Op plastic weliswaar.

Videoverslag van de GoPro volgt later
 

woensdag 27 november 2013

Herfstweekendje Fontainebleau

Vooruitzichten in Nederland en omringende landen waren stormachtig. Het kloppend hart van Frankrijk leek hieraan te ontsnappen en zich uitstekend te lenen voor een lekker boulderweekend. Met de nieuwe grommende bolide, beladen met crashpad, reisden we comfortabel in recordtempo naar het betoverende bos van Fontainebleau. Iets te voorspoedig bleek, want de rotsen van Franchard Isatis moesten nog opdrogen. Het vluchtend regenfront had net haar natte bombardement laten vallen.


 Miniscule randjes zijn in Fontainbleau eerder regel dan uitzondering



Nog even geduld bewaren dus, inchecken, en een gebiedje uitzoeken met veel wind en het liefst blootgesteld aan wat schaarse zon. Na wat bladeren in de topo viel de keuze op Canche aux Merciers, een gebiedje waar we nog niet eerder zijn geweest. Op de parkeerplaats worstelden wij ons een weg tussen de paddestoelenzoekers die gewapend waren met fleurige laarzen en riete mandjes. De meeste boulders waren hier al droog gewaaid en de crashpad kon ontvouwen worden.



Opwarmen en wennen aan "Bleau"

Al tijdens de warming-up worden we geconfronteerd met de 'Bleau'-stijl. Het is zoeken naar treetjes, vasthouden aan ribbelige slopers. Daarna bovenop de boulder proberen te mantelen, zonder dat je nog je voeten ziet. Met je vingers houd je een randje vast wat je nauwelijks nog kan zien met het blote oog. Trots en voldaan sta je dan bovenop met je handen in de lucht; een... 4c! In Canche aux Merciers klimmen we met een pracht enige verre kruispassen Le Croisé Magique, 5b en Par Toutatis, 6a. 's Avonds werd noeste arbeid beloond met menig La Chouffe.

Le Beau Final, 6a

De tweede en tevens laatste klimdag werd ingezet op Franchard Isatis. Al waren we redelijk vroeg ter plekke, op zondag is het voorste gedeelte (dichtbij de parkeerplaats!) erg populair. De boulders die we op het oog hadden waren bezet. We lopen verder richting mijn project Code Secret, 6b. Het is fris en de opwarming bestaat uit heen en weer huppelen, armen zwaaien en touwtje springen, gevolgd door paar drietjes met de donsjack nog aan. Code Secret is een subtiele boulder met een sloperige rand. Op die rand voel ik mijn spieren in de onderarm bij elke poging steeds pijnlijker tegen het spiervlies duwen. Toch niet warm genoeg? Teveel krachttraining gedaan? Ik kom niet zo ver als vorig jaar. Ook Martin, die Code Secret als eens geklommen heeft, komt er niet meer door heen. De directe 6c variant was al helemaal te ver.

Code Secret

Dieper het bos in stuitten we op l'Entre-Toit, een fraaie 6c die door een dak heen traverseert, waar men uit moet mantelen, terug traverseert en via een kant naar boven leidt. We komen heel ver, maar net niet ver genoeg. Het is wel een mooie, krachtige boulder die ergens boven in de projectenlijst is geraakt. Nog dieper in het bos ligt Luna, een 6a buiten het circuit om. Het dak is zo steil dat de crashpad pas halverwege de boulder ondergeschoven kan worden. Een krachtige heelhook is noodzakelijk om bovenop de rand te kunnen vatten. Gedwongen door tijdsnood kunnen we niet verder het sprookjesbos in en lopen terug naar het gebied dichtbij de parkeerplaats. Daar loopt ook de bekende Britse bleausard Neil Hart. Hij praat een landgenoot door een spectaculaire dyno heen. Zondag blijkt populair bij de gezinnen en onder het lawaai van het kindergeschreeuw proberen we nog een paar problemen... tevergeefs.

Snel weer naar huis, filmpjes kijken, inspiratie op doen, hard trainen en vlug weer terug...


Beiden in zelfde pas van l'Entre-Toit




woensdag 11 september 2013

Berdorf: klimmen in het nieuwste sprookjesbos

In het voorjaar roep ik altijd graag dat Fontainebleau, net onder Parijs, lijkt op een betoverend bos; een waar paradijs voor de enthousiaste klimmer. Vorige maand zagen we een ander magisch bos dat heel dichtbij het sprookjesbos van Fontainebleau komt.

Berdorf. Een klein plaatsje net in Luxemburg is gelegen pal naast een zandstenen massief. Vanaf de camping is het slechts een kleine tien minuten om aan de voet van het massief te geraken. Door een steile kloof daal je snel af langs imponerende donker ogende wanden.  De kloof wordt smaller en op haar smalst passeer je met zowel je linker- als rechterschouder rakelings langs de rotsen. Met verbazing keek ik om me heen naar de vreemde rotsformaties die zich hebben gevormd in het zachte gesteente. Een zachte laag groene mos lag vredig over het massief, als over een slapende reus. Boven ons sluit een dicht bladerdek en slechts een schaarse zonnestraal wist zich een baan naar beneden te priemen. Een groot voordeel is dat de regendruppels ook moeite hebben om de grond te bereiken en de rotsen nog lang droog blijven bij een lichte regenbui.



Al vlak na Oud & Nieuw hadden we het plan gevat om naar Berdorf te gaan. Bij het horen van al die goede verhalen in de klimhal over Berdorf moesten we dit toch zelf gaan beproeven in 2013. Spoedig was de topo gekocht en waren de permits binnen, zoals eerder geschreven. [Het is verplicht om met een vergunning te klimmen in Berdorf. Dat kost niets, maar moet elk jaar opnieuw worden aangevraagd. Het niet hebben van een vergunning kan een fikse boete opleveren.]

In Berdorf wordt het ten strengste afgeraden om onder de 6c pof te gebruiken. Dit kan de rotsen schaden en geeft lange lelijke vegen na een regenbui. Braaf liet ik mijn pofzak op de grond en warm op in een 6a. In een 6a?! Berdorf kent slechts een handvol routes onder de 6a en is daarmee geen gemakkelijk gebied voor de beginnende klimmer. Met de drukte van een doordeweekse klimhalavond zijn al deze routes al vanaf 's ochtendsvroeg bezet. Eenmaal in de route Fête des Pères miste ik mijn pof geen seconde. Wat een genot om te kunnen klimmen op ruwe rots met overal scherpe pockets en treetjes in overvloed.

Topdrukte is in het weekend is helaas vaker regel dan uitzondering.

Vergelijkend met de gradaties in Beez, België lijkt Berdorf minder hard gewaardeerd. Vooral de run-outs (afstand tussen de haken) was veel meer ontspannen dan in Beez. De verwachtingen van de prestaties waren nogal getemperd. Het blijft altijd verkennen in een nieuw gebied. In maart van dit jaar schreef ik:

"Qua gradaties past mij enige bescheidenheid na een jaar lang blessureleed. Het zou mooi zijn om een paar 6b's te klimmen en on sight niveau te verleggen naar 6a." 

Een kleine terugblik op de ticklist leert dat ik de ondermeer de volgende routes heb geklommen: 
  • Jeunes Mariés Séparés, 6b
  • De Pompjé, 6a (on sight)
  • Fête des Pères, 6a
 Martin klimt bovenstaande en voegt daar Les Deux Secrétaires, 6b+ on sight aan toe; ook een persoonlijke uitbreiding van het on sight niveau. We concluderen dan dat het vele klimmen in België een stevige leerschool is, maar zich uitbetaald in de moderne gebieden. Op dit moment worden plannen gesmeed om eind oktober weer terug te keren naar Luxemburg... 

 Ondergetekende werkt Jeunes Mariés Séparés, een 6b uit.

Martin leidt in Jeunes Mariés Séparés

On sight opwarmen in Malou, 5c en Le Pompjé, 6a

Ik in Malou

Martin in het gedeelde begin van Malou, 5c en Le Pompjé, 6a

Martin vindt het begrip 'no hands rest' opnieuw uit in Les Deux Secrétaires, 6b+

Martin probeert zijn project Takla Makan, 7a

zaterdag 24 augustus 2013

Beez (3x is scheepsrecht?)

Dit weekend wordt er niet buiten geklommen, al kon ik daar de laatste tijd wel erg makkelijk aan wennen. Dus dan wordt het schrijven over klimmen...

Vorige week reden we voor de derde keer voor een dagje klimmen op en neer naar Beez nabij Namen in België. Na een korte warming-up in Pink Floyd's Wall klommen we naar het relais onderaan de klassieker Genesis 6a. Martin klimt die in één poging uit en laat de setjes hangen voor mij.

Ik werk de route eerst uit op toprope en klim vervolgens ook in mijn eerste poging naar de topketting. Twee jaar geleden hingen we ook in deze route, maar leek toen onhaalbaar.

"De passen waren allemaal best luchtig, maar de crux pas zat 3 meter boven een haak. De keuze was om een halve mono te benutten of die te omzeilen via een glibberig glad randje. Dit was voor ons beide te gortig en hebben de afdaling ingezet."

Al waren de omstandigheden niet perfect, het randje was niet glibberig dit keer. Op rechts hou ik het randje vast, hang in mijn schouder en zet mijn linkervoet hoog en blok op naar een klein randje met links. Wow... dat was een mooie klimhal-pas! Wanneer de topketting aangeraakt werd leek het achteraf allemaal erg eenvoudig.


Genesis, 6a

Luchtige passage in Genesis, 6a

Martin hangt voor de derde keer dit jaar in Flip Flop Flex 6c en had daar zijn zinnen op gezet. Drie keer is scheepsrecht, niet waar? Meteen al in de eerste poging, inclusief het uithangen van setjes, klimt hij het project uit. Ook klimt hij de buurman Bibendum 6a+.

Een voldaan gevoel maakte van ons meester na afloop op de parkeerplaats. Over twee weken staat Berdorf op het programma. 

Martin klimt in de hard gewaardeerd Ou Est Passe Atlas, 6a+.

zondag 11 augustus 2013

Beez!

Een maand geleden stonden we ook aan de voet van het massief Marche-les-Dames, nabij de plaats Beez. Toen was dat voor het eerst van het jaar met het touw aan onze gordels geknoopt, ietwat onwennig. Beez is na Freyr het grootste klimmassief in België en bestaat uit kalkgesteente. Daardoor zijn er veel routes te vinden met mooie pockets. Helaas is het gebied ook erg glad geklommen. Vermijd daarom ook liever de 'makkelijke' routes in de populaire sectoren Jonction, Centennaire en Liederkerke. Met een beetje verder kijken zit er nog veel meer moois in de wand.

Maar deze keer leken we gewend te raken aan de harde waardering, luchtige behaking, gladde treetjes en de vele pockets. Opwarmen was het zeker in de 5-jes van de sector Ecrin. Lichtoverhangende routes pompen de armen volledig vol. Naast ons waren vier andere landgenoten bezig met het uitwerken van een mooie 6b; Je suis ne dans la Gris par accident. In hun pauze vragen ze of wij ook zin hebben om eens te proberen. Martin flasht zijn eerste 6b! Ze worden beloond voor hun setjes met een wonderlijke combinatie van stroopwafel en sigaret.

Ondergetekende werkend in Tribitotechnique, 6a

We verhuizen naar de sector La Fanette en proberen de aantrekkelijk genaamde Tribitotechnique, 6a. In mijn 3e poging weet ik deze te bedwingen. Op toprope had ik de juiste sequentie gevonden, maar toch gaat het in de crux bijna mis. Met links hou ik een slopend randje vast, vlag mijn rechterbeen achterlangs en weet ternauwernood met rechts bij te pakken in een slecht kuiltje. Even lijk ik weg te glijden, maar gelukkig weet ik nog net mijn been hoog te plaatsen om naar een bevrijdende bak te klimmen. Na bijna twee jaar, door blessureleed en meer focus op het boulderen, klim ik eindelijk weer een 6a buiten. Hopelijk een doorbraak voor meer mooie routes... Naast Tribitotechnique probeert Martin een door de topo aanbevolen 6c; Plus beau que moi tu meurs. De route is stevig en spaarzaam behaakt. In de meest luchtige sector weet hij de afstand van 5 meter te overbruggen naar een volgende haak, maar hij kan geen hand los laten om de klippen. Wetende dat een val onvermijdelijk is klimt hij snel twee passen omlaag, en... daar volgt een voorklimmersval van 7 meter; een persoonlijk record.

If you can't climb it, fly it: Martin in Plus beau que moi tu meurs, 6c

De energie was op en ik liet mijn project Bibendum, 6a+ wachten voor de volgende trip. Ik steun Martin nog in zijn power endurance project Flip Flop Flex, 6c. Op twee moeilijk passen na weet hij de route (nog) niet te klimmen.  Met een voldaan gevoel op de parkeerplaats laten we ons de Radler prima smaken in de laatste zonnestralen.

Martin werkt in Flip Flop Flex, 6c

zaterdag 25 mei 2013

Encore un fois... Bleau!

De voorspellingen waren met Hemelvaart, net als de rest van deze lente, erg wisselvallig. In de aanloop veranderde elke dag de bestemming. Beez, Bleau, Berdorf... En uiteindelijk zou het toch het langste droog blijven in Fontainebleau; de meest zuidelijke optie voor 4 dagen klimmen.

Bestemming: Fontainebleau. Uitgestrekte velden met koolzaad stonden felgeel in bloei.

Met wat meer klimdagen in het vooruitzicht dan een paar weken geleden hadden we minder haast. Aan het einde van de Franse siësta arriveerden wij in een lange rij bij camping La Musardière. "Complet" stond op het bordje dat aan de deur hing. Ook bij camping Les Pres was hetzelfde bericht te lezen. We waren genoodzaakt om ons heil te zoeken in een shabby motel. Het beloofde dus een druk weekend te worden...

Het koste even wat tijd, maar daar stonden we dan aan het begin van het circuit in Rocher Canon. De eerste mensen dropen al af. Na een warming-up van 4'tjes en 5'jes springen we in de zesdegraads boulders. Martin klimt Dure Limite en La Fosse Septique; beiden staan respectievelijk als 6a en 6a+ genoteerd in de topo. Zelf hang ik in l'Ancien, 6a. Ingedraaid op een bak moest ik met links naar een slecht kuiltje waar net drie vingertopjes in passen. Ternauwernood kreeg ik slechts twee vingertopjes op de juiste plek. Op het moment dat ik die belastte met mijn lichaamsgewicht, voelde ik een pijnscheut van onder mijn pols tot diep in mijn vingertoppen doordringen. Na wat bijgekomen te zijn van de schrik stapte ik weer geconcentreerd de boulder in. Niet aan de pijn denkend stond ik nu zowaar bovenop! Na een lange tijd van blessureleed klom ik eindelijk weer een 6a in Fontainebleau. Het gevoel bovenop de boulder blijft onbeschrijvelijk als je dat weet te bereiken na hard werken. Martin probeert nog zijn project, de hoge en 'sketchy' Styrax, 6b; hij boekt progressie.
 
Ondergetekende in La Fosse Septique, 6a+

l'Ancien 6a

Martin in Styrax 6b

Blijkbaar is Hemelvaart één van de drukste weekenden in Bleau samen met Pasen, het traditionele openingsweekend. Onze aanpak was als volgt: 's ochtends en aan het begin van de middag boulderen in een relatief rustig gebied, 's middags een lange pauze van een paar uur en dan aan het begin van de avond weer een bouldersessie in een groter en drukker gebied. Het is verbazingwekkend hoe rustig en moederziel alleen je kan zijn in een groot bos in een dergelijk druk weekend.

Onze keuze voor de ochtendsessie van de tweede dag valt op Mont Ussy; een rustig gebied grenzend aan de noordelijke buitenwijken van Fontainebleau. De enige anderen met dit idee waren een Duits gezinnetje, een eenzame Fransoos en... een jong katje. Het gebied was rustig, maar het rode circuit was niet heel mooi met veel traverses en slechte landingen. Veel verder dan een 5c komen we niet, Dose de Sables. Off circuit konden we (gelukkig) de highball La Pandora 7a+, niet vinden.

Zo te zien een lastige boulder, Dose de Sables, 5c.

In de omgeving van Fontainebleau bestaan talloze mogelijkheden om te overnachten. Slechts op een paar aangewezen plekken kan legaal gebivakkeerd worden. Gisteren bij Rocher Canon lazen we een lijst met campings op een bord. Met die opgeslagen info belden we vandaag een rondje om ons motel te wisselen voor de eenvoud van een camping. De derde camping was al raak: La Belle Etoile in Melun. En wat blijkt, de eigenaresse is Nederlands. We zetten ons tentje op met uitzicht op de Seine; de beroemde rivier die zich 50 kilometer verder door de Franse hoofdstad Parijs slingert. De rustige camping blijkt werkelijk een verademing te zijn in vergelijking met de klimmersgekte op de andere campings. Weliswaar is de ligging iets meer uit de richting van de klimgebieden, maar de rust en het schone sanitair maken dat meer dan goed.

Uitzicht vanaf de camping op de Seine

Na een stevig bord vol Jambalaya gingen we 's avonds naar Bas Cuvier. In dat gebied is het boulderen ontstaan en ontwikkeld vanaf de jaren '30 en '40 in de vorige eeuw. Helaas heeft de tand des tijds hier haar sporen achter gelaten. Treetjes zijn zwart, afgespekt en glad. Overal is de bosgrond bezaaid met WC-papier, condooms en allerlei restjes van klimgerei.Toch blijken de klassieke boulders een magische aantrekkingskracht te bezitten en is Bas Cuvier onmetelijk populair. Helaas blijkt mijn handblessure parten te spelen en ik besluit te stoppen voor vanavond. Martin klimt de klassieker La Marie-Rose; de eerste 6a ooit geopend in Fontainebleau! Hij had er 3-4 sessies voor nodig verspreid over verschillende klimtrips.

Martin in de eerste 6a ooit geopend in Fontainebleau, La Marie-Rose, 6a

Zaterdag viel de keuze op Gorge d'Apremont. Vanwege mijn handblessure hadden we een 6a plaat uitgezocht met de alleszeggende naam Science Friction. In mijn tweede poging zipte mijn schoen van een miniscuul treetje en blijft mijn nagel hangen achter een vlijmscherp randje. Resultaat is een gebroken en bloedende nagel; einde klimsessie. Anticiperend op weinig klimactiviteit had ik al mijn trailrunning outfit ingepakt voor een loopje door het bos. Na minder dan vijf minuten hardlopen barst een hevige regenbui los. Onder een grote rots begreep ik Jobs beproevingen.

De lunch werd genoten met een driedubbele uitsmijter. Onder een heerlijk brandend zonnetje werden de plannen besproken. Zondag zouden we niet meer klimmen, maar 's ochtend weer inpakken en naar huis. Niet alleen telde de som van mijn blessures, hand, blauwe teen en gebroken nagel, maar ook Martin had overal spierpijn na een paar sessies boulderen. 's Avonds support ik Martin in zijn projecten en maak vooral foto's. Al was de drukte afgenomen in het bos van Trois Pignons, onder al zijn projecten lagen vreemde crashpads. Op de terugweg naar de parkeerplaats bleek gelukkig Yoga vrij, een 7a op een prominent blok in Rocher des Souris. Voor deze laatste keer was het een blok teveel. Barbecuen, snel herstellen en weer terug.

Martin in La Fissure, 6a+, in het gebied 95.2

donderdag 18 april 2013

Et enfin... Bleau!

Het gure weer in het begin van dit jaar zorgde ervoor dat we nog niet eerder buiten konden spelen. De weersvoorspellingen waren afgelopen weekend het meest gunstig voor Fontainebleau (FR) in verhouding tot de alternatieven Berdorf (LU) of Beez (BE).

Zaterdagochtend ging de wekker bij het krieken van de dag. En nog gapende bij het ochtendgloren waren we snel en route... Even over twaalven kon de crashpad op de rug en liepen we naar het gebied Cul de Chien in het magische Fôret des Trois Pignons. Gewapend met de nieuwste en klassieke topo van Jack Godoffe sprongen we het eerste circuit in. Na een paar succesjes hingen we dan in de parel Le Toit du Cul de Chien, 7a. Veel verder dan de beruchte mono in het dak kwamen we helaas niet.


Ondergetekende in Trompe l'Oeil, 5c

Cul de Chien is herkenbaar aan het markante blok Le Bilboquet dat eenzaam op de zandvlakte ligt. Sinds enige tijd is het verboden om op dit blok te klimmen vanwege instortingsgevaar. En instorten had het helaas gedaan.

Hier, Martin in 2011 in al onze naïviteit. Anno 2013 is een groot brok zandsteen afgebroken precies op de plek waar Martin nu hangt.

Inmiddels was het heel licht gaan miezeren. Martin wilde graag nog een projectje van vorig jaar klimmen in Rocher aux Sabots. Daar hebben we onze tijd uitgezeten onder een dak, hopende dat het droog zou worden. Het omgekeerde gebeurde en we dropen af richting hotel, richting een paar welverdiende glazen karmelietenbier.

De tweede dag, en de laatste dag al weer, hingen we al om 9 uur 's ochtends in een 7a, Graviton. Dat was het project dat gisteren verregend was. Gelukkig was hij nu net droog genoeg om een kans te maken. Na heel lang werken en vele pogingen tot mantelen moesten we onze meerdere erkennen. Maar dit project is zeker haalbaar dit jaar. Tegenover Graviton ligt de 7b dyno Smash. Als tussendoortje leuk, maar nog heel ver weg...


Martin in Graviton, 7a.

Helaas konden we Graviton niet aftikken, maar misschien wel een ander project dat van vorig jaar nog op de plank lag, le P'tit Toit, 6c. Terug naar de parkeerplaats waar het inmiddels erg druk was geworden met wandelaars, dagjesmensen en trailrunners. Verhoudingsgewijs meer dan buitenlandse klimmers zoals je veelal ziet tijdens de traditionele feestdagen. Enfin, we parkeren de auto aan de andere kant van het bos. Richting het gebied 95.2 waar P'tit Toit ligt. Onderweg daarheen hadden we nog een mooie 7a gespot in de database bleau.info, waar we de crashpad nog graag onder wilden liggen: Rude Boy. Conclusie, voor een knee-bar moet je een lange broek aan en we zijn niet sterk genoeg...

Rude Boy, 7a

Strompelend komt een klimmer de heuvel opgelopen, steunend op een stok in zijn ene hand, een fles melk in de andere hand. "Ca va?" vraagt Martin. "Euh... Mal chute d'Apremont." Oke, als wij niet Frans zijn, en hij ook niet, zullen we daarom een andere taal proberen?! "I'm from Scotland!". Een geanimeerd gesprek over mooie 7a's volgde in het Engels.

Het pad kronkelt dieper het gebied in van 95.2 en leidt naar het hoofdpijndossier P'tit Toit. Vorig jaar bleven we steken bij de crux van de route, ook dit jaar lukte die pas niet. Poging na poging, en het lichaam begon te protesteren. Schaafwonden op de kuiten, onderarmen, en kuiten noopten ons om op tijd te stoppen. We blijven het verder dit jaar weer proberen. De energie was op; tijd om naar huis te gaan,,,

Le P'tit Toit, 6c

Martin in P'tit Toit

zondag 30 september 2012

Bleau (deel 4 alweer dit jaar...)

Wat is leuker dan in een vrij weekend op en neer te rijden naar Fontainebleau, lekker weer, mooie rotsen en genieten van het klimmen...

Zaterdagvroeg sprongen we in de auto om 's middags naar Bas Cuvier te gaan. Met 6 dik ingeplakte vingers was het doel vooral om plezier te hebben en de vingers heel te houden. Ik zit immers nog in een 'rust'-periode van 2 maanden om te herstellen van meerdere ligamentblessures in de vingers.

Gradaties blijven een lastige discussie in Fontainebleau. De traditionele gradaties zijn relatief heel hard, nieuwe boulders eenvoudiger. Zodoende stond ik in 2 pogingen bovenop een 6b, l'Esquisse. Binnenkort een topo kopen met plaatjes? En je bent niet in Bas Cuvier geweest als je niet la Marie-Rose hebt geprobeerd. Inmiddels is deze boulder eigenlijk een 6b geworden, maar dit blijft toch de allereerste 6a in Fontainebleau. Die graad blijft dus heilig in dit sprookjesbos.

Na een nachtje rust in een goedkoop hotel werd de tweede en laatste dag besteed in Rocher Canon. Nog half slaperig gooiden we de crashpad onder de eerste boulders voor het opwarmen, hoorden we luid: "hee jongens!" Tussen alle Fransen, Duitsers en Belgen liep Robbert (Smits) naar ons toe; een bekende vanuit de klimhal in Bussum. Hoe groot zijn die kansen tussen die talloze boulders in dat immense bos?

De ochtendkou verruilde zich voor een heerlijk zonnetje. We proberen nog de mooie Styrax 6b en Chausseur de Prises 7a, maar helaas lukken die niet ondanks de gemaakte vorderingen. Nog even in de zon luieren, en hup de auto in terug naar huis... 

Martin doet een verwoede poging in Styrax, 6b.

zondag 8 juli 2012

Bleau 2012 (deel 3 alweer)

Na Pinksteren koesterden wij de wens om snel terug te gaan naar P'tit Toit... Eind juni hadden we een vrij weekend. 's Ochtends vroeg weg, crashpad achterin, vriendin kus en achter dat ultieme vrij gevoel aan. Een nacht in Frankrijk, twee dagen klimmen tot je pezen het begeven. De meeste mensen verklaren je voor gek, maar ze kennen het niet... Fontainebleau, een magische plek...

De tent werd opgezet en de topo doorgebladerd. Het eerste gebiedje was Franchard Isatis. Een populair gebiedje waar we nog nooit waren geweest. Waarschijnlijk vanwege de populariteit. Het gebied kent een hele dichte concentratie van mooie problemen. Na een (te) korte warming-up en (te) hoge vijfjes, doken we in La Traversee de Faux Baquet, 7a+/7b. Een verzurende traverse gevolgd door een dak met uitklim.  Helaas konden we tijdens het uitwerken niet de crux-pas bedwingen. Met zoveel moois nog verder in het bos was het zonde om daar uren te spenderen. Martin klimt nog Code Secret, 6b. Een mooie technische boulder op typische Bleau-slopers. Als je geluk had, dan kon je nog net de geribbelde olifantenhuid fixeren van de zandstenen boulders. Helaas dwongen mijn vingerblessures me veel rust te nemen tussen de pogingen. Uiteindelijk was het verstandiger om weer naar de camping terug te keren.

Mijzelf aan het begin van de traverse van Faux Baquet

Martin klimt het dak uit van de Traversee de Faux Baquet

Voorzichtige voetplaatsing geboden voor mij in de technische Code Secret

Op de camping werden de spiervezels aangevuld met de broodnodige eiwitten uit een complete, gegrilde kip die we met z'n tweeën hebben verorberd. Het enige bestek waren onze vingers. Na het eten konden de schoentjes en pof weer in de auto. Op naar het project, le P'tit Toit 6c in het gebiedje 95.2. Tot grote frustratie van Martin kwamen we niet verder dan waar we vorige maand gebleven waren. Tegen elfen, bij het laatste daglicht, keerden we terug.

Eerst nog even 'opwarmen' op de mooie platen van 95.2

Martin plaatst zijn heelhook met precisie in P'tit Toit

Martin nadert de crux van P'tit Toit

Voor zondag waren de voorspellingen niet heel gunstig. 's Ochtends vroeg hebben we snel de tent opgeborgen en trokken we naar Apremont Bizons. Gorges d'Apremont is groot en populair, maar daar is de Bizons een uitzondering op. Rustiek gelegen tussen varens onthulde het bos haar geheimen. Mooie, technische boulders die nog vrij recent zijn geopend. Terwijl we de crashpad onder het eerste probleem legden vielen aarzelend de eerst druppels. Het aarzelende veranderde in gestaag en het klimmen was vrij snel afgelopen.

Terug naar de auto kwamen we onze collega klimmers uit Bussum tegen. Door de regen moesten ook zij ook rechtsomkeer maken en reisden we naar Nederland terug; met een kleine omweg via boulderhal Graviton in Sittard.