Bij terugkomst van vakantie lag er een aangename verrassing op de mat: "7 + 8 straight ups in Fontainebleau". Het bleek een mooie attentie van een oude skimaat die ik had geholpen bij een sollicitatie. Inmiddels kent deze populaire topo van het bouldermekka Fontainebleau sinds dit jaar al een derde editie met 2669 straight ups. Zoals auteur Bart van Raaij zelf beschrijft, dat zijn routes die meer omhoog gaan dan opzij. Ten opzichte van de vorige editie in 2007 zijn er bijna 600 boulders bijgekomen! Fontainebleau blijft dus nog volop in ontwikkeling. Kortom, voor deze bescheiden boulderaar is er nog voldoende uitdagends te klimmen.
Voor al die uitdaging moet heel veel getraind worden. Het toeval wil dat sinds begin september een fantastische boulderhal is geopend in Utrecht: Sterk. De hal is ruim opgezet met 180 boulders verdeeld over allerlei circuits op elk niveau, trainingsfaciliteiten, en niet geheel onbelangrijk met een gezellige bar. Sterk ligt op acht minuten fietsen en lonkt. Mijn abonnement bij Rock Steady is afgelopen en er bestaat grote kans dat ik deze niet verleng en bij Sterk een abonnement zal nemen, zolang de vingers dat houden.
He who climbs upon the highest mountains laughs at all tragedies, real or imaginary - Friedrich Nietzsche
zondag 29 september 2013
woensdag 11 september 2013
Berdorf: klimmen in het nieuwste sprookjesbos
In het voorjaar roep ik altijd graag dat Fontainebleau, net onder Parijs, lijkt op een betoverend bos; een waar paradijs voor de enthousiaste klimmer. Vorige maand zagen we een ander magisch bos dat heel dichtbij het sprookjesbos van Fontainebleau komt.
Berdorf. Een klein plaatsje net in Luxemburg is gelegen pal naast een zandstenen massief. Vanaf de camping is het slechts een kleine tien minuten om aan de voet van het massief te geraken. Door een steile kloof daal je snel af langs imponerende donker ogende wanden. De kloof wordt smaller en op haar smalst passeer je met zowel je linker- als rechterschouder rakelings langs de rotsen. Met verbazing keek ik om me heen naar de vreemde rotsformaties die zich hebben gevormd in het zachte gesteente. Een zachte laag groene mos lag vredig over het massief, als over een slapende reus. Boven ons sluit een dicht bladerdek en slechts een schaarse zonnestraal wist zich een baan naar beneden te priemen. Een groot voordeel is dat de regendruppels ook moeite hebben om de grond te bereiken en de rotsen nog lang droog blijven bij een lichte regenbui.
Al vlak na Oud & Nieuw hadden we het plan gevat om naar Berdorf te gaan. Bij het horen van al die goede verhalen in de klimhal over Berdorf moesten we dit toch zelf gaan beproeven in 2013. Spoedig was de topo gekocht en waren de permits binnen, zoals eerder geschreven. [Het is verplicht om met een vergunning te klimmen in Berdorf. Dat kost niets, maar moet elk jaar opnieuw worden aangevraagd. Het niet hebben van een vergunning kan een fikse boete opleveren.]
In Berdorf wordt het ten strengste afgeraden om onder de 6c pof te gebruiken. Dit kan de rotsen schaden en geeft lange lelijke vegen na een regenbui. Braaf liet ik mijn pofzak op de grond en warm op in een 6a. In een 6a?! Berdorf kent slechts een handvol routes onder de 6a en is daarmee geen gemakkelijk gebied voor de beginnende klimmer. Met de drukte van een doordeweekse klimhalavond zijn al deze routes al vanaf 's ochtendsvroeg bezet. Eenmaal in de route Fête des Pères miste ik mijn pof geen seconde. Wat een genot om te kunnen klimmen op ruwe rots met overal scherpe pockets en treetjes in overvloed.
Vergelijkend met de gradaties in Beez, België lijkt Berdorf minder hard gewaardeerd. Vooral de run-outs (afstand tussen de haken) was veel meer ontspannen dan in Beez. De verwachtingen van de prestaties waren nogal getemperd. Het blijft altijd verkennen in een nieuw gebied. In maart van dit jaar schreef ik:
"Qua gradaties past mij enige bescheidenheid na een jaar lang blessureleed. Het zou mooi zijn om een paar 6b's te klimmen en on sight niveau te verleggen naar 6a."
Een kleine terugblik op de ticklist leert dat ik de ondermeer de volgende routes heb geklommen:
Berdorf. Een klein plaatsje net in Luxemburg is gelegen pal naast een zandstenen massief. Vanaf de camping is het slechts een kleine tien minuten om aan de voet van het massief te geraken. Door een steile kloof daal je snel af langs imponerende donker ogende wanden. De kloof wordt smaller en op haar smalst passeer je met zowel je linker- als rechterschouder rakelings langs de rotsen. Met verbazing keek ik om me heen naar de vreemde rotsformaties die zich hebben gevormd in het zachte gesteente. Een zachte laag groene mos lag vredig over het massief, als over een slapende reus. Boven ons sluit een dicht bladerdek en slechts een schaarse zonnestraal wist zich een baan naar beneden te priemen. Een groot voordeel is dat de regendruppels ook moeite hebben om de grond te bereiken en de rotsen nog lang droog blijven bij een lichte regenbui.
Al vlak na Oud & Nieuw hadden we het plan gevat om naar Berdorf te gaan. Bij het horen van al die goede verhalen in de klimhal over Berdorf moesten we dit toch zelf gaan beproeven in 2013. Spoedig was de topo gekocht en waren de permits binnen, zoals eerder geschreven. [Het is verplicht om met een vergunning te klimmen in Berdorf. Dat kost niets, maar moet elk jaar opnieuw worden aangevraagd. Het niet hebben van een vergunning kan een fikse boete opleveren.]
In Berdorf wordt het ten strengste afgeraden om onder de 6c pof te gebruiken. Dit kan de rotsen schaden en geeft lange lelijke vegen na een regenbui. Braaf liet ik mijn pofzak op de grond en warm op in een 6a. In een 6a?! Berdorf kent slechts een handvol routes onder de 6a en is daarmee geen gemakkelijk gebied voor de beginnende klimmer. Met de drukte van een doordeweekse klimhalavond zijn al deze routes al vanaf 's ochtendsvroeg bezet. Eenmaal in de route Fête des Pères miste ik mijn pof geen seconde. Wat een genot om te kunnen klimmen op ruwe rots met overal scherpe pockets en treetjes in overvloed.
Topdrukte is in het weekend is helaas vaker regel dan uitzondering.
Vergelijkend met de gradaties in Beez, België lijkt Berdorf minder hard gewaardeerd. Vooral de run-outs (afstand tussen de haken) was veel meer ontspannen dan in Beez. De verwachtingen van de prestaties waren nogal getemperd. Het blijft altijd verkennen in een nieuw gebied. In maart van dit jaar schreef ik:
"Qua gradaties past mij enige bescheidenheid na een jaar lang blessureleed. Het zou mooi zijn om een paar 6b's te klimmen en on sight niveau te verleggen naar 6a."
Een kleine terugblik op de ticklist leert dat ik de ondermeer de volgende routes heb geklommen:
- Jeunes Mariés Séparés, 6b
- De Pompjé, 6a (on sight)
- Fête des Pères, 6a
Ondergetekende werkt Jeunes Mariés Séparés, een 6b uit.
Martin leidt in Jeunes Mariés Séparés
On sight opwarmen in Malou, 5c en Le Pompjé, 6a
Ik in Malou
Martin in het gedeelde begin van Malou, 5c en Le Pompjé, 6a
Martin vindt het begrip 'no hands rest' opnieuw uit in Les Deux Secrétaires, 6b+
Martin probeert zijn project Takla Makan, 7a
zaterdag 24 augustus 2013
Beez (3x is scheepsrecht?)
Dit weekend wordt er niet buiten geklommen, al kon ik daar de laatste tijd wel erg makkelijk aan wennen. Dus dan wordt het schrijven over klimmen...
Vorige week reden we voor de derde keer voor een dagje klimmen op en neer naar Beez nabij Namen in België. Na een korte warming-up in Pink Floyd's Wall klommen we naar het relais onderaan de klassieker Genesis 6a. Martin klimt die in één poging uit en laat de setjes hangen voor mij.
Ik werk de route eerst uit op toprope en klim vervolgens ook in mijn eerste poging naar de topketting. Twee jaar geleden hingen we ook in deze route, maar leek toen onhaalbaar.
"De passen waren allemaal best luchtig, maar de crux pas zat 3 meter boven een haak. De keuze was om een halve mono te benutten of die te omzeilen via een glibberig glad randje. Dit was voor ons beide te gortig en hebben de afdaling ingezet."
Al waren de omstandigheden niet perfect, het randje was niet glibberig dit keer. Op rechts hou ik het randje vast, hang in mijn schouder en zet mijn linkervoet hoog en blok op naar een klein randje met links. Wow... dat was een mooie klimhal-pas! Wanneer de topketting aangeraakt werd leek het achteraf allemaal erg eenvoudig.
Martin hangt voor de derde keer dit jaar in Flip Flop Flex 6c en had daar zijn zinnen op gezet. Drie keer is scheepsrecht, niet waar? Meteen al in de eerste poging, inclusief het uithangen van setjes, klimt hij het project uit. Ook klimt hij de buurman Bibendum 6a+.
Een voldaan gevoel maakte van ons meester na afloop op de parkeerplaats. Over twee weken staat Berdorf op het programma.
Vorige week reden we voor de derde keer voor een dagje klimmen op en neer naar Beez nabij Namen in België. Na een korte warming-up in Pink Floyd's Wall klommen we naar het relais onderaan de klassieker Genesis 6a. Martin klimt die in één poging uit en laat de setjes hangen voor mij.
Ik werk de route eerst uit op toprope en klim vervolgens ook in mijn eerste poging naar de topketting. Twee jaar geleden hingen we ook in deze route, maar leek toen onhaalbaar.
"De passen waren allemaal best luchtig, maar de crux pas zat 3 meter boven een haak. De keuze was om een halve mono te benutten of die te omzeilen via een glibberig glad randje. Dit was voor ons beide te gortig en hebben de afdaling ingezet."
Al waren de omstandigheden niet perfect, het randje was niet glibberig dit keer. Op rechts hou ik het randje vast, hang in mijn schouder en zet mijn linkervoet hoog en blok op naar een klein randje met links. Wow... dat was een mooie klimhal-pas! Wanneer de topketting aangeraakt werd leek het achteraf allemaal erg eenvoudig.
Genesis, 6a
Luchtige passage in Genesis, 6a
Martin hangt voor de derde keer dit jaar in Flip Flop Flex 6c en had daar zijn zinnen op gezet. Drie keer is scheepsrecht, niet waar? Meteen al in de eerste poging, inclusief het uithangen van setjes, klimt hij het project uit. Ook klimt hij de buurman Bibendum 6a+.
Een voldaan gevoel maakte van ons meester na afloop op de parkeerplaats. Over twee weken staat Berdorf op het programma.
Martin klimt in de hard gewaardeerd Ou Est Passe Atlas, 6a+.
zondag 11 augustus 2013
Beez!
Een maand geleden stonden we ook aan de voet van het massief Marche-les-Dames, nabij de plaats Beez. Toen was dat voor het eerst van het jaar met het touw aan onze gordels geknoopt, ietwat onwennig. Beez is na Freyr het grootste klimmassief in België en bestaat uit kalkgesteente. Daardoor zijn er veel routes te vinden met mooie pockets. Helaas is het gebied ook erg glad geklommen. Vermijd daarom ook liever de 'makkelijke' routes in de populaire sectoren Jonction, Centennaire en Liederkerke. Met een beetje verder kijken zit er nog veel meer moois in de wand.
Maar deze keer leken we gewend te raken aan de harde waardering, luchtige behaking, gladde treetjes en de vele pockets. Opwarmen was het zeker in de 5-jes van de sector Ecrin. Lichtoverhangende routes pompen de armen volledig vol. Naast ons waren vier andere landgenoten bezig met het uitwerken van een mooie 6b; Je suis ne dans la Gris par accident. In hun pauze vragen ze of wij ook zin hebben om eens te proberen. Martin flasht zijn eerste 6b! Ze worden beloond voor hun setjes met een wonderlijke combinatie van stroopwafel en sigaret.
We verhuizen naar de sector La Fanette en proberen de aantrekkelijk genaamde Tribitotechnique, 6a. In mijn 3e poging weet ik deze te bedwingen. Op toprope had ik de juiste sequentie gevonden, maar toch gaat het in de crux bijna mis. Met links hou ik een slopend randje vast, vlag mijn rechterbeen achterlangs en weet ternauwernood met rechts bij te pakken in een slecht kuiltje. Even lijk ik weg te glijden, maar gelukkig weet ik nog net mijn been hoog te plaatsen om naar een bevrijdende bak te klimmen. Na bijna twee jaar, door blessureleed en meer focus op het boulderen, klim ik eindelijk weer een 6a buiten. Hopelijk een doorbraak voor meer mooie routes... Naast Tribitotechnique probeert Martin een door de topo aanbevolen 6c; Plus beau que moi tu meurs. De route is stevig en spaarzaam behaakt. In de meest luchtige sector weet hij de afstand van 5 meter te overbruggen naar een volgende haak, maar hij kan geen hand los laten om de klippen. Wetende dat een val onvermijdelijk is klimt hij snel twee passen omlaag, en... daar volgt een voorklimmersval van 7 meter; een persoonlijk record.
De energie was op en ik liet mijn project Bibendum, 6a+ wachten voor de volgende trip. Ik steun Martin nog in zijn power endurance project Flip Flop Flex, 6c. Op twee moeilijk passen na weet hij de route (nog) niet te klimmen. Met een voldaan gevoel op de parkeerplaats laten we ons de Radler prima smaken in de laatste zonnestralen.
Maar deze keer leken we gewend te raken aan de harde waardering, luchtige behaking, gladde treetjes en de vele pockets. Opwarmen was het zeker in de 5-jes van de sector Ecrin. Lichtoverhangende routes pompen de armen volledig vol. Naast ons waren vier andere landgenoten bezig met het uitwerken van een mooie 6b; Je suis ne dans la Gris par accident. In hun pauze vragen ze of wij ook zin hebben om eens te proberen. Martin flasht zijn eerste 6b! Ze worden beloond voor hun setjes met een wonderlijke combinatie van stroopwafel en sigaret.
Ondergetekende werkend in Tribitotechnique, 6a
We verhuizen naar de sector La Fanette en proberen de aantrekkelijk genaamde Tribitotechnique, 6a. In mijn 3e poging weet ik deze te bedwingen. Op toprope had ik de juiste sequentie gevonden, maar toch gaat het in de crux bijna mis. Met links hou ik een slopend randje vast, vlag mijn rechterbeen achterlangs en weet ternauwernood met rechts bij te pakken in een slecht kuiltje. Even lijk ik weg te glijden, maar gelukkig weet ik nog net mijn been hoog te plaatsen om naar een bevrijdende bak te klimmen. Na bijna twee jaar, door blessureleed en meer focus op het boulderen, klim ik eindelijk weer een 6a buiten. Hopelijk een doorbraak voor meer mooie routes... Naast Tribitotechnique probeert Martin een door de topo aanbevolen 6c; Plus beau que moi tu meurs. De route is stevig en spaarzaam behaakt. In de meest luchtige sector weet hij de afstand van 5 meter te overbruggen naar een volgende haak, maar hij kan geen hand los laten om de klippen. Wetende dat een val onvermijdelijk is klimt hij snel twee passen omlaag, en... daar volgt een voorklimmersval van 7 meter; een persoonlijk record.
If you can't climb it, fly it: Martin in Plus beau que moi tu meurs, 6c
De energie was op en ik liet mijn project Bibendum, 6a+ wachten voor de volgende trip. Ik steun Martin nog in zijn power endurance project Flip Flop Flex, 6c. Op twee moeilijk passen na weet hij de route (nog) niet te klimmen. Met een voldaan gevoel op de parkeerplaats laten we ons de Radler prima smaken in de laatste zonnestralen.
Martin werkt in Flip Flop Flex, 6c
zaterdag 27 juli 2013
Huttentrektocht en boulders?
Volgende week mogen de alpiene schoenen weer uit het vet. Ik heb afgesproken in Sud-Tirol (noord-Italië) met mijn broertje en schoonzus voor een vierdaagse huttentrektocht in de Texel-Gruppe. In dit beschermde natuurpark net over de grens met Oostenrijk hebben we onder andere de mogelijkheden om de Hintere Seelenkogel (3472 m.) en de Hochwilde (italiaans Cima Altissima, 3480 m.) te beklimmen. Condities zouden nog wel eens zwaar kunnen zijn, want het heeft erg veel gesneeuwd afgelopen winter én voorjaar.
Voordat we de bergen ingaan slapen we eerst in het Pfelderer-dal. Die reisdag kan mooi benut worden voor een klein boulderuitstapje in de buurt: Algund. Dit is een zeer interessant bouldergebied met veel variatie volgens de topo. Bekende 8a's zijn ondermeer de traverse Tragic Waste of Power en The Egyptian Arete.
Deze topo is niet slechts een koop voor eendaags gebruik. Andere populaire gebieden die beschreven worden zijn onder andere Val di Mello, Valle d'Aosta, Valle Daone en Varazze. Die laatste twee liggen respectievelijk dichtbij klimgebieden Arco en Finale Ligure. Dat zijn gebieden die regelmatig een bezoek van mij hebben gehad, dus kan boulderen daar een leuke afwisseling zijn. De prachtige valleien van Val di Mello en Valle d'Aosta staan zeker nog ergens bovenaan de wensenlijst.
Ook dit jaar verstop ik mijn La Sportiva Cobra klimslofjes onder in de tas. Mochten er nog mooie blokken naast de hutten liggen dan moet er op geklommen worden natuurlijk.
De Hochwilde torent 500 meter boven de Stettiner Hütte uit, daar zullen we ondermeer overnachten.
Voordat we de bergen ingaan slapen we eerst in het Pfelderer-dal. Die reisdag kan mooi benut worden voor een klein boulderuitstapje in de buurt: Algund. Dit is een zeer interessant bouldergebied met veel variatie volgens de topo. Bekende 8a's zijn ondermeer de traverse Tragic Waste of Power en The Egyptian Arete.
De collectie topo's is weer uitgebreid met deze over boulderen in Noord-Italië.
Deze topo is niet slechts een koop voor eendaags gebruik. Andere populaire gebieden die beschreven worden zijn onder andere Val di Mello, Valle d'Aosta, Valle Daone en Varazze. Die laatste twee liggen respectievelijk dichtbij klimgebieden Arco en Finale Ligure. Dat zijn gebieden die regelmatig een bezoek van mij hebben gehad, dus kan boulderen daar een leuke afwisseling zijn. De prachtige valleien van Val di Mello en Valle d'Aosta staan zeker nog ergens bovenaan de wensenlijst.
Ook dit jaar verstop ik mijn La Sportiva Cobra klimslofjes onder in de tas. Mochten er nog mooie blokken naast de hutten liggen dan moet er op geklommen worden natuurlijk.
maandag 22 juli 2013
Psicobloc op Mallorca
Dit gidsje kwam recentelijk door de brievenbus. De grote vakantie voorpret kan dus beginnen! Niet alleen staan hier sportklimroutes in, maar ook deep water solo routes, ook wel bekend als psicobloc. Deep water solo is een klimdiscipline waarbij boven water geklommen wordt tot maximaal 20 meter zonder het gebruik van touw. Dit betekent dus dat men behalve goede klimtechnieken, ook nog moet beschikken over een ijzersterke mentaliteit en goede zwemcapaciteiten.
De beste periode van het jaar om te deep water soleren op Mallorca is september. De temperatuur is dan niet te heet en het water is nog aangenaam warm. Laat dit nu precies de periode zijn dat Tember en ik daar op het eiland zullen zijn.
Een voorproefje:
Mallorca Psicoblog 3 "The Whole Crew" from Cedar Wright on Vimeo.
zaterdag 25 mei 2013
Encore un fois... Bleau!
De voorspellingen waren met Hemelvaart, net als de rest van deze lente, erg wisselvallig. In de aanloop veranderde elke dag de bestemming. Beez, Bleau, Berdorf... En uiteindelijk zou het toch het langste droog blijven in Fontainebleau; de meest zuidelijke optie voor 4 dagen klimmen.
Met wat meer klimdagen in het vooruitzicht dan een paar weken geleden hadden we minder haast. Aan het einde van de Franse siësta arriveerden wij in een lange rij bij camping La Musardière. "Complet" stond op het bordje dat aan de deur hing. Ook bij camping Les Pres was hetzelfde bericht te lezen. We waren genoodzaakt om ons heil te zoeken in een shabby motel. Het beloofde dus een druk weekend te worden...
Het koste even wat tijd, maar daar stonden we dan aan het begin van het circuit in Rocher Canon. De eerste mensen dropen al af. Na een warming-up van 4'tjes en 5'jes springen we in de zesdegraads boulders. Martin klimt Dure Limite en La Fosse Septique; beiden staan respectievelijk als 6a en 6a+ genoteerd in de topo. Zelf hang ik in l'Ancien, 6a. Ingedraaid op een bak moest ik met links naar een slecht kuiltje waar net drie vingertopjes in passen. Ternauwernood kreeg ik slechts twee vingertopjes op de juiste plek. Op het moment dat ik die belastte met mijn lichaamsgewicht, voelde ik een pijnscheut van onder mijn pols tot diep in mijn vingertoppen doordringen. Na wat bijgekomen te zijn van de schrik stapte ik weer geconcentreerd de boulder in. Niet aan de pijn denkend stond ik nu zowaar bovenop! Na een lange tijd van blessureleed klom ik eindelijk weer een 6a in Fontainebleau. Het gevoel bovenop de boulder blijft onbeschrijvelijk als je dat weet te bereiken na hard werken. Martin probeert nog zijn project, de hoge en 'sketchy' Styrax, 6b; hij boekt progressie.
Bestemming: Fontainebleau. Uitgestrekte velden met koolzaad stonden felgeel in bloei.
Met wat meer klimdagen in het vooruitzicht dan een paar weken geleden hadden we minder haast. Aan het einde van de Franse siësta arriveerden wij in een lange rij bij camping La Musardière. "Complet" stond op het bordje dat aan de deur hing. Ook bij camping Les Pres was hetzelfde bericht te lezen. We waren genoodzaakt om ons heil te zoeken in een shabby motel. Het beloofde dus een druk weekend te worden...
Het koste even wat tijd, maar daar stonden we dan aan het begin van het circuit in Rocher Canon. De eerste mensen dropen al af. Na een warming-up van 4'tjes en 5'jes springen we in de zesdegraads boulders. Martin klimt Dure Limite en La Fosse Septique; beiden staan respectievelijk als 6a en 6a+ genoteerd in de topo. Zelf hang ik in l'Ancien, 6a. Ingedraaid op een bak moest ik met links naar een slecht kuiltje waar net drie vingertopjes in passen. Ternauwernood kreeg ik slechts twee vingertopjes op de juiste plek. Op het moment dat ik die belastte met mijn lichaamsgewicht, voelde ik een pijnscheut van onder mijn pols tot diep in mijn vingertoppen doordringen. Na wat bijgekomen te zijn van de schrik stapte ik weer geconcentreerd de boulder in. Niet aan de pijn denkend stond ik nu zowaar bovenop! Na een lange tijd van blessureleed klom ik eindelijk weer een 6a in Fontainebleau. Het gevoel bovenop de boulder blijft onbeschrijvelijk als je dat weet te bereiken na hard werken. Martin probeert nog zijn project, de hoge en 'sketchy' Styrax, 6b; hij boekt progressie.
Ondergetekende in La Fosse Septique, 6a+
l'Ancien 6a
Martin in Styrax 6b
Blijkbaar is Hemelvaart één van de drukste weekenden in Bleau samen met Pasen, het traditionele openingsweekend. Onze aanpak was als volgt: 's ochtends en aan het begin van de middag boulderen in een relatief rustig gebied, 's middags een lange pauze van een paar uur en dan aan het begin van de avond weer een bouldersessie in een groter en drukker gebied. Het is verbazingwekkend hoe rustig en moederziel alleen je kan zijn in een groot bos in een dergelijk druk weekend.
Onze keuze voor de ochtendsessie van de tweede dag valt op Mont Ussy; een rustig gebied grenzend aan de noordelijke buitenwijken van Fontainebleau. De enige anderen met dit idee waren een Duits gezinnetje, een eenzame Fransoos en... een jong katje. Het gebied was rustig, maar het rode circuit was niet heel mooi met veel traverses en slechte landingen. Veel verder dan een 5c komen we niet, Dose de Sables. Off circuit konden we (gelukkig) de highball La Pandora 7a+, niet vinden.
Zo te zien een lastige boulder, Dose de Sables, 5c.
In de omgeving van Fontainebleau bestaan talloze mogelijkheden om te overnachten. Slechts op een paar aangewezen plekken kan legaal gebivakkeerd worden. Gisteren bij Rocher Canon lazen we een lijst met campings op een bord. Met die opgeslagen info belden we vandaag een rondje om ons motel te wisselen voor de eenvoud van een camping. De derde camping was al raak: La Belle Etoile in Melun. En wat blijkt, de eigenaresse is Nederlands. We zetten ons tentje op met uitzicht op de Seine; de beroemde rivier die zich 50 kilometer verder door de Franse hoofdstad Parijs slingert. De rustige camping blijkt werkelijk een verademing te zijn in vergelijking met de klimmersgekte op de andere campings. Weliswaar is de ligging iets meer uit de richting van de klimgebieden, maar de rust en het schone sanitair maken dat meer dan goed.
Uitzicht vanaf de camping op de Seine
Na een stevig bord vol Jambalaya gingen we 's avonds naar Bas Cuvier. In dat gebied is het boulderen ontstaan en ontwikkeld vanaf de jaren '30 en '40 in de vorige eeuw. Helaas heeft de tand des tijds hier haar sporen achter gelaten. Treetjes zijn zwart, afgespekt en glad. Overal is de bosgrond bezaaid met WC-papier, condooms en allerlei restjes van klimgerei.Toch blijken de klassieke boulders een magische aantrekkingskracht te bezitten en is Bas Cuvier onmetelijk populair. Helaas blijkt mijn handblessure parten te spelen en ik besluit te stoppen voor vanavond. Martin klimt de klassieker La Marie-Rose; de eerste 6a ooit geopend in Fontainebleau! Hij had er 3-4 sessies voor nodig verspreid over verschillende klimtrips.
Martin in de eerste 6a ooit geopend in Fontainebleau, La Marie-Rose, 6a
Zaterdag viel de keuze op Gorge d'Apremont. Vanwege mijn handblessure hadden we een 6a plaat uitgezocht met de alleszeggende naam Science Friction. In mijn tweede poging zipte mijn schoen van een miniscuul treetje en blijft mijn nagel hangen achter een vlijmscherp randje. Resultaat is een gebroken en bloedende nagel; einde klimsessie. Anticiperend op weinig klimactiviteit had ik al mijn trailrunning outfit ingepakt voor een loopje door het bos. Na minder dan vijf minuten hardlopen barst een hevige regenbui los. Onder een grote rots begreep ik Jobs beproevingen.
De lunch werd genoten met een driedubbele uitsmijter. Onder een heerlijk brandend zonnetje werden de plannen besproken. Zondag zouden we niet meer klimmen, maar 's ochtend weer inpakken en naar huis. Niet alleen telde de som van mijn blessures, hand, blauwe teen en gebroken nagel, maar ook Martin had overal spierpijn na een paar sessies boulderen. 's Avonds support ik Martin in zijn projecten en maak vooral foto's. Al was de drukte afgenomen in het bos van Trois Pignons, onder al zijn projecten lagen vreemde crashpads. Op de terugweg naar de parkeerplaats bleek gelukkig Yoga vrij, een 7a op een prominent blok in Rocher des Souris. Voor deze laatste keer was het een blok teveel. Barbecuen, snel herstellen en weer terug.
Labels:
Boulderen,
Fontainebleau,
Reisverslagen
Locatie:
Fontainebleau, France
donderdag 18 april 2013
Et enfin... Bleau!
Het gure weer in het begin van dit jaar zorgde ervoor dat we nog niet eerder buiten konden spelen. De weersvoorspellingen waren afgelopen weekend het meest gunstig voor Fontainebleau (FR) in verhouding tot de alternatieven Berdorf (LU) of Beez (BE).
Zaterdagochtend ging de wekker bij het krieken van de dag. En nog gapende bij het ochtendgloren waren we snel en route... Even over twaalven kon de crashpad op de rug en liepen we naar het gebied Cul de Chien in het magische Fôret des Trois Pignons. Gewapend met de nieuwste en klassieke topo van Jack Godoffe sprongen we het eerste circuit in. Na een paar succesjes hingen we dan in de parel Le Toit du Cul de Chien, 7a. Veel verder dan de beruchte mono in het dak kwamen we helaas niet.
Cul de Chien is herkenbaar aan het markante blok Le Bilboquet dat eenzaam op de zandvlakte ligt. Sinds enige tijd is het verboden om op dit blok te klimmen vanwege instortingsgevaar. En instorten had het helaas gedaan.
Inmiddels was het heel licht gaan miezeren. Martin wilde graag nog een projectje van vorig jaar klimmen in Rocher aux Sabots. Daar hebben we onze tijd uitgezeten onder een dak, hopende dat het droog zou worden. Het omgekeerde gebeurde en we dropen af richting hotel, richting een paar welverdiende glazen karmelietenbier.
De tweede dag, en de laatste dag al weer, hingen we al om 9 uur 's ochtends in een 7a, Graviton. Dat was het project dat gisteren verregend was. Gelukkig was hij nu net droog genoeg om een kans te maken. Na heel lang werken en vele pogingen tot mantelen moesten we onze meerdere erkennen. Maar dit project is zeker haalbaar dit jaar. Tegenover Graviton ligt de 7b dyno Smash. Als tussendoortje leuk, maar nog heel ver weg...
Helaas konden we Graviton niet aftikken, maar misschien wel een ander project dat van vorig jaar nog op de plank lag, le P'tit Toit, 6c. Terug naar de parkeerplaats waar het inmiddels erg druk was geworden met wandelaars, dagjesmensen en trailrunners. Verhoudingsgewijs meer dan buitenlandse klimmers zoals je veelal ziet tijdens de traditionele feestdagen. Enfin, we parkeren de auto aan de andere kant van het bos. Richting het gebied 95.2 waar P'tit Toit ligt. Onderweg daarheen hadden we nog een mooie 7a gespot in de database bleau.info, waar we de crashpad nog graag onder wilden liggen: Rude Boy. Conclusie, voor een knee-bar moet je een lange broek aan en we zijn niet sterk genoeg...
Strompelend komt een klimmer de heuvel opgelopen, steunend op een stok in zijn ene hand, een fles melk in de andere hand. "Ca va?" vraagt Martin. "Euh... Mal chute d'Apremont." Oke, als wij niet Frans zijn, en hij ook niet, zullen we daarom een andere taal proberen?! "I'm from Scotland!". Een geanimeerd gesprek over mooie 7a's volgde in het Engels.
Het pad kronkelt dieper het gebied in van 95.2 en leidt naar het hoofdpijndossier P'tit Toit. Vorig jaar bleven we steken bij de crux van de route, ook dit jaar lukte die pas niet. Poging na poging, en het lichaam begon te protesteren. Schaafwonden op de kuiten, onderarmen, en kuiten noopten ons om op tijd te stoppen. We blijven het verder dit jaar weer proberen. De energie was op; tijd om naar huis te gaan,,,
Zaterdagochtend ging de wekker bij het krieken van de dag. En nog gapende bij het ochtendgloren waren we snel en route... Even over twaalven kon de crashpad op de rug en liepen we naar het gebied Cul de Chien in het magische Fôret des Trois Pignons. Gewapend met de nieuwste en klassieke topo van Jack Godoffe sprongen we het eerste circuit in. Na een paar succesjes hingen we dan in de parel Le Toit du Cul de Chien, 7a. Veel verder dan de beruchte mono in het dak kwamen we helaas niet.
Ondergetekende in Trompe l'Oeil, 5c
Cul de Chien is herkenbaar aan het markante blok Le Bilboquet dat eenzaam op de zandvlakte ligt. Sinds enige tijd is het verboden om op dit blok te klimmen vanwege instortingsgevaar. En instorten had het helaas gedaan.
Hier, Martin in 2011 in al onze naïviteit. Anno 2013 is een groot brok zandsteen afgebroken precies op de plek waar Martin nu hangt.
Inmiddels was het heel licht gaan miezeren. Martin wilde graag nog een projectje van vorig jaar klimmen in Rocher aux Sabots. Daar hebben we onze tijd uitgezeten onder een dak, hopende dat het droog zou worden. Het omgekeerde gebeurde en we dropen af richting hotel, richting een paar welverdiende glazen karmelietenbier.
De tweede dag, en de laatste dag al weer, hingen we al om 9 uur 's ochtends in een 7a, Graviton. Dat was het project dat gisteren verregend was. Gelukkig was hij nu net droog genoeg om een kans te maken. Na heel lang werken en vele pogingen tot mantelen moesten we onze meerdere erkennen. Maar dit project is zeker haalbaar dit jaar. Tegenover Graviton ligt de 7b dyno Smash. Als tussendoortje leuk, maar nog heel ver weg...
Martin in Graviton, 7a.
Helaas konden we Graviton niet aftikken, maar misschien wel een ander project dat van vorig jaar nog op de plank lag, le P'tit Toit, 6c. Terug naar de parkeerplaats waar het inmiddels erg druk was geworden met wandelaars, dagjesmensen en trailrunners. Verhoudingsgewijs meer dan buitenlandse klimmers zoals je veelal ziet tijdens de traditionele feestdagen. Enfin, we parkeren de auto aan de andere kant van het bos. Richting het gebied 95.2 waar P'tit Toit ligt. Onderweg daarheen hadden we nog een mooie 7a gespot in de database bleau.info, waar we de crashpad nog graag onder wilden liggen: Rude Boy. Conclusie, voor een knee-bar moet je een lange broek aan en we zijn niet sterk genoeg...
Rude Boy, 7a
Strompelend komt een klimmer de heuvel opgelopen, steunend op een stok in zijn ene hand, een fles melk in de andere hand. "Ca va?" vraagt Martin. "Euh... Mal chute d'Apremont." Oke, als wij niet Frans zijn, en hij ook niet, zullen we daarom een andere taal proberen?! "I'm from Scotland!". Een geanimeerd gesprek over mooie 7a's volgde in het Engels.
Het pad kronkelt dieper het gebied in van 95.2 en leidt naar het hoofdpijndossier P'tit Toit. Vorig jaar bleven we steken bij de crux van de route, ook dit jaar lukte die pas niet. Poging na poging, en het lichaam begon te protesteren. Schaafwonden op de kuiten, onderarmen, en kuiten noopten ons om op tijd te stoppen. We blijven het verder dit jaar weer proberen. De energie was op; tijd om naar huis te gaan,,,
Le P'tit Toit, 6c
Martin in P'tit Toit
Labels:
Boulderen,
Fontainebleau,
Reisverslagen
Locatie:
Fontainebleau, France
zaterdag 16 maart 2013
Wachtend op de lente...
Onlangs viel er een envelop op deurmat met een bijzondere afzender: de groothertog van Luxemburg. Met een beperkt Frans vocabulair was duidelijk op te merken dat mij, tot mijn groot genoegen, een 1 jaar lang geldig klimvergunning was verleend voor Luxemburg.
Waarom Luxemburg? Op drie-en-een-half uur rijden ligt daar één van de laatste pareltjes uit de Benelux; Berdorf. In een, feëeriek, met mos bedekt bos staan prachtige rotstorens door de tand des tijds geslepen uit zandsteen. Dat soort gesteente is uiterst fragiel en daarom moet men voorzichtig omgaan met het gebruik van pof (achterkant van de vergunning verbiedt het zelfs onder de 7a), schoenen schoonmaken voor het klimmen, en dus ook de toegang beperken en beschermen voor het massapubliek. Ondanks de vergunning en strenge handhaving is het toch vaak druk tijdens mooie weekenden. Ook bij Nederlanders is dit gebied inmiddels erg populair met onder andere de 'Nederlandse' Hermann Buhl, 8a+.
Die kennis heb ik helaas niet zelf opgedaan en daar moet dit jaar verandering in komen. Doelen dit jaar zijn verder veel buiten klimmen. Qua gradaties past mij enige bescheidenheid na een jaar lang blessureleed. Het zou mooi zijn om een paar 6b's te klimmen en on sight niveau te verleggen naar 6a. Iets wat binnen al een poos geleden gerealiseerd is, moet zich buiten in de rotsen nog vertalen.
Buiten vallen de sneeuwvlokken nog tergend traag naar beneden. Hier zit ik dan, voor mij uit te staren op de bank. Wachtend op de lente...
Waarom Luxemburg? Op drie-en-een-half uur rijden ligt daar één van de laatste pareltjes uit de Benelux; Berdorf. In een, feëeriek, met mos bedekt bos staan prachtige rotstorens door de tand des tijds geslepen uit zandsteen. Dat soort gesteente is uiterst fragiel en daarom moet men voorzichtig omgaan met het gebruik van pof (achterkant van de vergunning verbiedt het zelfs onder de 7a), schoenen schoonmaken voor het klimmen, en dus ook de toegang beperken en beschermen voor het massapubliek. Ondanks de vergunning en strenge handhaving is het toch vaak druk tijdens mooie weekenden. Ook bij Nederlanders is dit gebied inmiddels erg populair met onder andere de 'Nederlandse' Hermann Buhl, 8a+.
Die kennis heb ik helaas niet zelf opgedaan en daar moet dit jaar verandering in komen. Doelen dit jaar zijn verder veel buiten klimmen. Qua gradaties past mij enige bescheidenheid na een jaar lang blessureleed. Het zou mooi zijn om een paar 6b's te klimmen en on sight niveau te verleggen naar 6a. Iets wat binnen al een poos geleden gerealiseerd is, moet zich buiten in de rotsen nog vertalen.
Buiten vallen de sneeuwvlokken nog tergend traag naar beneden. Hier zit ik dan, voor mij uit te staren op de bank. Wachtend op de lente...
Abonneren op:
Posts (Atom)


.jpg)


